Barry van der Rijt

Schoenmakersmes, gekarteld tafelmes en zwavelzuur (print op canvas, drie toetakelingen met schoenmakersmes, gekarteld tafelmes en zwavelzuur)

Er zit iets tweeslachtigs in de keuze van Barry van der Rijt: hij kiest voor een fragment op ooghoogte – goed in het zicht – maar hij voert die aandrang niet tot het uiterste door: het fragment helemaal in het midden gunt hij een ander. Hoewel hij tal van exposities op zijn naam heeft en faam heeft gemaakt met een boek en reeksen postkaarten, schrikt hij terug voor het allerhoogste podium, fragment C3. Zijn “natuurlijke onzekerheid” houdt hem tegen.

Maar wel op ooghoogte, omdat hij de beschouwer indringend wil confronteren met zijn ingreep in De Nachtwacht, drie aangebrachte beschadigingen pal in het centrum van het schilderij, wat niet wil zeggen dat Barry hiermee wil provoceren. Wat dan wel? Uitdrukking geven aan de agressie die in hem zit, die in iedereen zit. En bovenal: de uitnodiging in die beschadigingen de schoonheid te zien. Alles wat mooi bedoeld is, is pas mooi als mensen ermee aan de slag gaan, als de geschiedenis zich in het leven kerft. Het uitgangspunt van Barry is – als in al zijn werken – documentair: hij grijpt terug op de drie daadwerkelijk op de Nachtwacht gepleegde aanvallen. De eerste dateert van 1911, als een man de schildering klieft met een schoenmakersmes. In 1975 snijdt een man een hele reep uit het werk, waarna vijftien jaar later De Nachtwacht gutsen zwavelzuur over zich heen krijgt. Met zijn aanvallen blijft Barry trouw aan de geschiedenis, waarbij met name het zwavelzuur voor de nodige hoofdbrekens zorgt. Pas na consultatie van experts in de chemie doorgrondt hij de beschadiging: een rustige besproeiing op juiste afstand, met een mengsel van precieze concentratie, 96  procent. 

De Nachtwacht is er rijker van geworden, vindt Barry. Zélfs De Nachtwacht, of beter: juíst De Nachtwacht, het icoon van schilderkunst, de spreekwoordelijke onaanraakbare schoonheid. Je doet de geschiedenis van het werk recht door ook zijn tegenslagen te tonen, vindt hij, dus De Nachtwacht mét beschadigingen is niet minder relevant dan zonder. “Maar ik heb alle begrip voor de restauraties. Anders nodig je uit tot molesteren, dan blijft er niks meer van over.”

Juist in een omgeving waarin alles is opgepoetst, waarin een landschap en stedelijke omgeving in hokjes en lijntjes zijn geperfectioneerd, zijn krassen nodig om zo’n omgeving tot leven te wekken. Een kras op je ziel maakt rijker, zegt Van der Rijt, en in zijn eigen woonomgeving – een keurig aangelegd stukje nieuw Nijmegen Noord – ontbreekt het nog aan krassen, beschadigingen, olifantenpaadjes en rafelranden. Zijn woonomgeving is dus nog lang niet af, en al helemaal niet mooi. Wel mooi bedoeld, maar dat is dus iets anders. Met het beschadigen geeft hij commentaar op wat tot norm is verheven. Van der Rijt: “Het stelt ons voor de vraag wat eigenlijk normaal is.”

Rembrandt zou de aanpak van zijn fragment hebben gewaardeerd, vermoedt Van der Rijt. De schildernorm in zijn tijd werd gesteld in Italië, wat Rembrandt nadrukkelijk niet heeft willen volgen en hem op stevige kritiek kwam te staan. “Eigenlijk heeft elk groot kunstenaar lak aan regels. Nu kan en wil ik mezelf absoluut niet vergelijken met de groten der aarde, maar het lak hebben aan regels is overeenkomstig en inspirerend. Die herkenbaarheid houdt me op de been.” Dit werk heeft hem als kunstenaar verder gebracht: er was moed en doorzettingsvermogen voor nodig om zijn intenties geldig te maken op het allergrootste kunstwerk. Scherper dan ooit heeft hij in dit fragment zijn handelsmerk verbeeld: de echte schoonheid schuilt in de imperfectie.

Facebook.com/barryvanderrijt
Website: barryvanderrijt.com